Op ontdekkingsreis met Vanessa Lann

Een gesprek met Vanessa Lann voelt als een ontdekkingsreis. De Amerikaans-Nederlandse componiste stelt zichzelf een vraag, begint die te beantwoorden, zoekt naar de diepere betekenis van
de vraag, gaat verder in een onverwachte richting en komt na een lange verhandeling terug bij het beginpunt, blij met de vele nieuwe vragen die haar oorspronkelijke vraag heeft opgeroepen.

Haar muziek is net zo rijk en onvoorspelbaar als haar conversatie. Vanessa Lann is een onderzoekster in hart en nieren, die in haar composities als een filosoof te werk gaat: ze stelt allerlei vragen, maar geeft weinig definitieve antwoorden. In elk nieuw project legt ze zichzelf een specifieke uitdaging op, waardoor haar composities een breed stilistisch spectrum beslaan. Ze schrijft bovendien net zo goed voor orkest, voor zang en piano, voor een saxofoonkwartet of voor een onwaarschijnlijke combinatie als basklarinet en klavecimbel.

Elk muzikaal gebaar, elk geluid, elke stilte is het resultaat van een bewuste keuze. Lann laat zich door de wiskunde inspireren en selecteert haar toonmateriaal en temporele structuren op basis van proporties, getallenreeksen en harmonische boventoonspectra.

In de dialoog op afstand die ze met de luisteraar voert, zoekt ze de extremen op. Hoe lang kan één noot duren? Hoe vaak kun je een muzikaal patroon op boeiende wijze herhalen? Als een motief honderd keer herhaald wordt, waarom klinkt het toch anders aan het eind dan aan het begin? Verandert het geluid onderweg, of verandert de luisteraar?

Vanessa Lann beschouwt het luisteren naar muziek als een ritueel. Elke live uitvoering van haar werk groeit uit tot een ceremonie, die zowel mystieke als humoristische trekken kan aannemen. Soms
brengt ze een meditatieve, spirituele sfeer tot stand, onder invloed van oosterse concepten als eenvoud, cyclische tijd, de schoonheid van het alledaagse. Soms laat ze de grens tussen kunst en werkelijkheid verschuiven, of plaatst ze herkenbare elementen in een verrassende context.

Verbeeldingskracht heeft Vanessa Lann in overvloed. Haar fantasierijke ideeën zijn nooit uit de lucht gegrepen, maar houden altijd verband met andere betekenislagen van de compositie. Neem haar zevendelige liedcyclus Memory Demands So Much (2005) voor sopraan en piano. De tekst van het openingslied bevat slechts één woord, ‘memory’. Naarmate de cyclus vordert, gebruikt Lann steeds grotere fragmenten uit één en hetzelfde gedicht van Denise Levertov. De zangeres zingt steevast dezelfde noten op dezelfde woorden, terwijl de pianobegeleiding in elk deel anders is. Levertovs gedicht heeft als thema het geheugen, ‘memory’. De muzikale vorm versterkt het belang van het geheugen omdat de luisteraar steeds opnieuw geconfronteerd wordt met eerder gehoorde woorden en noten, telkens anders belicht door de veranderende pianopartij.

Schijnbaar geheel anders en toch vergelijkbaar is het uitgangspunt van Lanns meest recente strijkkwartet, Landscape of a Soul’s Remembering (2006). De spelers hebben geen vaste plek,
maar verdelen hun aandacht tussen de zes lessenaars die op het podium staan opgesteld. Hierdoor vervaagt de traditionele hiërarchie tussen de spelers. De eerste violist voert niet de boventoon en zit niet eens altijd op de voorgrond. Op elke lessenaar komen alle spelers precies dezelfde noten tegen. Elk
motief komt dus steeds weer terug op een nieuw instrument, met een nieuwe klank en in een nieuwe context. Met deze originele benadering stelt Vanessa Lann de eeuwenoude organisatie en tijdstructuur van het strijkkwartet ter discussie. Haar oeuvre wemelt van dergelijke knipogen naar de traditie. In
haar concert voor orkest The Flames of Quietude, geschreven voor het Residentie Orkest in 2006, laat ze een niet solerende tubaspeler plaatsnemen op een stoel vlak naast de dirigent. De achterliggende vraag: gaan mensen anders luisteren als er visueel iets ongewoons gebeurt?

Verder zet Lann vraagtekens bij de bestaande taakverdeling binnen het orkest. Ze suggereert
bijvoorbeeld dat langzame, zachte patronen gespeeld door begeleidende instrumenten op de achtergrond misschien nog belangrijker zijn dan solistische loopjes op de voorgrond. Maar dit inzicht kunnen de luisteraars pas achteraf ontwikkelen, nadat ze hun gezamenlijke reis door de tijd- en klankwereld van het gehele werk hebben voltooid.

“Bij het componeren probeer ik oude akoestische en temporele rituelen nieuw leven in te blazen”, zegt Vanessa Lann. “Ik vind de context van de uitvoering tenminste even belangrijk als de noten zelf. De beleving in de ruimte, zowel bij het publiek als onder de musici, maakt deel uit van mijn muziek. Ik ga ook graag luisteren naar uitvoeringen van mijn werken in andere landen. Musici en publiek reageren totaal anders dan in Nederland, omdat ze andere referentiekaders hebben. Mijn muziek fungeert dan als spiegel voor hun eigen culturele identiteit.”

Maar hoe zit het dan met Lanns eigen culturele identiteit? Verwijzingen naar haar geboorteland zijn schaars in haar muziek, afgezien van het theatrale slagwerkduo American Accents (1995). In dit opgewekte stuk laten de slagwerkers zich van een onverwachte kant horen. Ze spreken scat-lettergrepen (‘scoo-del-lee-doo’) met een Amerikaans accent uit terwijl ze met de vingers knippen. Ondertussen lopen ze langs een rij trommels en klokken, waarmee ze uitsluitend ritmische accenten
aanbrengen. Zoals in veel van haar werken benadrukt Vanessa Lann hier het fysieke aspect van het spelen en de ‘fun’ van het musiceren, twee eigenschappen waar veel uitvoerenden haar dankbaar voor zijn. Als belangrijke invloeden noemt Lann een Amerikaanse componist, John Cage, en de Fransman Erik Satie. Met deze twee collega’s deelt ze een voorliefde voor vernieuwing, experimentatie en eenvoud, op de grens van provocatie. Ze streeft naar tijdloosheid in de muziek en is bereid risico’s te nemen om dit doel te bereiken.

In Helen’s Song voor harp (1992) beperkt ze zich tot één melodietje boven een veranderlijke modus
– voor zulke eenvoud moet je lef hebben. Vanessa Lann beweegt zich voortdurend in een spanningsveld tussen de technische beheersing van het métier en de spontaniteit van de luisterervaring. Reflecterend op het artistieke scheppingsproces zegt ze: “Alles is er al. Mijn doel bij het componeren is niet altijd om nieuwe klanken te scheppen, maar om de bestaande klanken van het universum in een nieuw jasje te steken. Ik probeer echt stil te zijn en met een open geest te luisteren, zodat ik op een eerlijke manier de tonen uit het heelal kan ontdekken.”

BRON: Donemus, gescheven door Michel Khalifa

Lees ook:Vanessa Lann
Lees ook:Het enige antwoord op lijden
Lees ook:Caroline Ansink ‘oogst’ muziek
Lees ook:Sofia Asgatovna Goebaidoelina
Lees ook:Radio 4 Jong Talent: Claudia

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.