Tristan Keuris' Symfonie in D

Deze foto van Marien Abspoel toont Tristan Keuris en Daan Admiraal in 1992“De muziek van Tristan Keuris heeft een origineel en herkenbaar idioom. Zijn stijl is lyrisch en expressief (vaak met een romantische crescendo-decrescendo-dynamiek), maar ook ritmisch en soms uitgesproken dramatisch.

In zijn melodieën zijn de intervallen vaak typerend voor de moderne 20e eeuwse muziek: secundes, (overmatige) kwarten en septimen en nones – een overeenkomst met het expressionisme van de tweede Weense school van Schönberg en Alban Berg. Maar in plaats van de vrijwel onherkenbare twaalftoonsreeksen van de dodekafonisten gebruikt Keuris toonladders met een eigen karakter en een specifieke kleur, die de melodie en de harmonie bepalen.” Aldus Daan Admiraal in zijn analyse van Tristan Keuris’ Symfonie in D.

De foto links is van Marien Abspoel en toont Tristan Keuris en Daan Admiraal in 1992


“Een voorbeeld van zo’n reeks of modus is de door Stravinsky en Messiaen veel gebruikte oktotonische ladder, opgebouwd uit afwisselend hele en halve secundes. Bij analyse blijkt dat er, zoals hij me zelf eens vertelde, in de modi van Keuris, net als bij Stravinsky, altijd een “foutje” zit. De op deze reeksen (in India spreekt men van raga’s) gebaseerde melodien zijn vaak athematisch en onregelmatig van fraselengte. Alle banden met de Weense klassieke periodieke melodiebouw zijn verbroken. Daardoor ademt de muziek een ongekende improvisatorische vrijheid, zoals in de muziek van Debussy.

Net als bij Debussy zijn melodie en harmonie twee aspekten van hetzelfde: de accoorden ont staan vaak doordat melodienoten blijven doorklinken. Andersom lijkt de melodie zich soms los te maken uit de harmonie. Omdat de melodieën de intervallen van de 20e eeuwse muziek gebruiken zijn de accoorden afwijkend van de gebruikelijke grote en kleine drieklanken die eeuwenlang dominant waren in de Westerse muziek. Ondanks hun dissonantie zijn de samenklanken door de zorgvuldige keuze van de liggingen vaak zeer welluidend. In ritmisch opzicht is de muziek van Keuris complex door de voortdurend wisselende patronen en tempi. Tenslotte moet nog de virtuoze orkestratietechniek van Keuris vermeld worden die sterk bijdraagt aan de kleurrijke heldere klank van zijn stukken.

Keuris heeft de banden met de muzikale traditie nooit verbroken. Hij was een bewonderaar van Mahler, Webern en Stravinsky. Veel van zijn stukken dragen traditionele titels, zoals Kwartet, Sonate, Concerto, Serenade, Fantasia, Divertimento etc. Ook zijn Symfonie in D verwijst naar het verleden. De vier delen volgen het schema van de klassieke Beethoven- symfonie: Allegro-Molto tranquillo-Scherzo-Rondo finale. Opvallend is de aanduiding van de toonsoort D in de titel: Keuris heeft de banden met de tonaliteit nooit verbroken. Vergeleken met een klassieke symfonie in D is de tonaliteit echter zeer vrij. De a waar het stuk mee begint is achteraf bezien de dominant – de D-majeur-tonaliteit breekt pas in het laatste deel bevrijdend door in het zonnige rondothema. In het slot grijpt Keuris terug op het begin van de Symfonie, en de dominant a lost op in een Stravinskiaans close-harmony-slotaccoord in D met toegevoegde resonans.”

Geschreven door Daan Admiraal, maart 2001

BRON: archief VU Kamerorkest.

Lees ook:Tristan Keuris
Lees ook:Music for clarinet, violin and piano (1973)
Lees ook:Muziek niet gediend bij waarheid?
Lees ook:"Jaloers ben ik op Bach en Bruckner"
Lees ook:Hans Kox

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.