Дмитрий Дмитриевич Шостакович

Een van de grootste schandalen uit de muziekgeschiedenis veroorzaakte Dmitri Sjostakovitsj met zijn opera Lady
Macbeth van Mtsensk in 1934 in Leningrad (zoals St.Petersburg toen heette). Dit lugubere melodrama vol geweld, wellust, hartstocht en verraad was 25 jaar lang verboden in de Sovjet-Unie. Stalin vond de muziek chaotisch en walgelijk en het verhaal neurotisch.

Door de steeds verder opgeschroefde terreur en censuur in Rusland viel ook Sjostakovitsj’ Vierde Symfonie in 1936 in ongenade. In de Pravda liet Stalin persoonlijk dit werk neersabelen, waarop Sjostakovitsj zijn Vierde terugtrok en onmiddellijk de repetities voor verdere uitvoeringen stopte. In het Pravda-artikel `Chaos in plaats van muziek’ heette het dreigend: `Deze muziek is opzettelijk onharmonisch, chaotisch en onmogelijk te onthouden. Dit is spelen met obscure zaken. Zoiets kan erg gevaarlijk zijn.’

Door de vele aanvallen, berispingen en
dreigementen van de kant van het Centraal Commité van de Communistische Partij werd Sjostakovitsj gedwongen zich aan te passen en zich te bekeren van het schrijven van dissonanten en `ander ijdel modernistisch vertoon en egocentrisch zoeken naar ongepaste
originaliteit’..

Als een soort bewijs van goed gedrag
componeerde Sjostakovitsj in 1937 zijn
Vijfde Symfonie. Ze ontstond temidden
van de hevigste terreur van het Stalinregime, van de paranoia, de klik- en
verraadcultuur waarin niemand niemand meer vertrouwde, de pogroms, wrede werkkampen en massa-executies. Merkwaardig genoeg beschouwden zowel het publiek als het Sovjetbestuur deze symfonie als een meesterwerk. De componist manoeuvreert hier met dubbele bodems: achter een beminnelijke glimlach speelt zich een verschrikkelijke tragedie af. Het effect van deze symfonie was ongelooflijk: de Russische overheid zag haar als Sjostakovitsj’ bekering tot de officiële partij-esthetiek, maar het publiek
had in de tragische ondertoon haar eigen angst en leed herkend en huilde hevig tijdens het pijnlijke en verlaten langzame deel. Na de Finale gaf het zich over aan een uitzinnig applaus dat langer duurde dan de symfonie zelf. Tot diep in de nacht bleef men diep
ontroerd bij elkaar op straat. Sjostakovitsj had in noten de tragische werkelijkheid van de geterroriseerde Rus geschilderd. Maar de machthebbers hoorden gejuich en triomf in de Finale!
Dat was het gevolg van Sjostakovitsj overlevingstactiek: liegen met woorden en muziek componeren met dubbele bodems. In haar autobiografie zegt zangeres Galina Visjnevskaja over deze Symfonie: `Hij beschreef zijn muziek voor de
Partij als blij en optimistisch – en de hele horde ging tevreden naar
huis. De Vijfde Symfonie, aan hun greep onttrokken, klonk over
de hele wereld en verkondigde het lijden van het grote Rusland,
geschreven met het bloed van onze tijdgenoten.’
In 1960, zo’n zeven jaar na de dood van Stalin, componeerde Sjostakovitsj
zijn Achtste Strijkkwartet op.110. Door zijn populariteit werd het Kwartet bewerkt tot de zogenaamde `kamersymfonie’ op.110a voor strijkorkest door Rudolf Barshai. Het Kwartet heeft voor Sjostakovitsj’ doen een duidelijk persoonlijke en autobiografische betekenis, meer dan zijn voorafgaande werken. Rusland maakte destijds het hoogtepunt van de politieke dooi van het Chroetsjof-regime door, waardoor kunstenaars voorzichtig de luiken van hun innerlijk weer enigszins openzetten. Zo ook Sjostakovitsj.

Na 25 jaar van `innere Emigration’ stond hij zichzelf toe in zijn muziek filosofische en persoonlijke thema’s te verkennen als de dood, het noodlot, universele waarden en de strijd van de menselijke geest. In dit Achtste Strijkkwartet stond de strijd van
Sjostakovitsj’ eigen geest centraal. Hij citeerde er uit vroegere werken met een emotionele betekenis, zijn Eerste Symfonie, de Vijfde Symfonie, het Eerste Celloconcert, het Pianotrio en uit de bovengenoemde beruchte opera Lady Macbeth van Mtsensk. Het
hoofdmotief van het kwartet en ook van het hier gespeelde Largo is D-Es-C-H. Dat zijn de Duitse notennamen die overeenkomen met de eerste letters van Sjostakovitsj’ voor- en achternaam, zijn initalen. Het afsluitende Largo is een langzame fuga gebaseerd op
dit persoonlijke motief. Sjostakovitsj droeg het kwartet op `aan de
slachtoffers van het fascisme en de oorlog.’

Geschreven door Clemens Romijn, eerder verschenen in Encore!Magazine nr. 7.

Lees ook:Sofia Asgatovna Goebaidoelina
Lees ook:Arvo Pärt
Lees ook:Лера Ауэрбах
Lees ook:Janine Jansen speelt Sjostakovitsj
Lees ook:Tristan Keuris' Symfonie in D

0 reacties op “Дмитрий Дмитриевич Шостакович

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.