Kees Arntzen

Kees Arntzen is werkzaam als gitarist, muziekjournalist én componist. Diverse van zijn werken zijn uitgegeven door Donemus en opgenomen door professionele musici. Toch is Kees Arntzen bij het grote publiek nog geen erg bekende naam. Hoog tijd om daar eens iets aan te doen. Of kende u Kees al wel?

Opleiding
Na zijn studie schoolmuziek en gitaar aan het Amsterdams Conservatorium studeerde hij in de jaren tachtig drie jaar theorie en compositie aan de Hochschule für Musik in Wenen: ‘Tonsatz’ bij Paul Kont, instrumentatie bij Johannes Dürr en compositie bij Friedrich Cerha. Ook volgde hij in Salzburg een aantal lessen bij Boguslaw Schäffer, wat resulteerde in een vrijere werkwijze en hernieuwde belangstelling van de ORF- radio, onder andere voor zijn trio voor piano, slagwerk en viool. Werk van zijn hand werd in die periode ondermeer uitgevoerd bij het moderne muziek-treffen in Alpenbad. Tijdens het Festival Aspekte te Salzburg klonk zijn microtonale compositie Onder Ons voor twee gitaren. Eind jaren negentig nam Kees Arntzen het componeren na een langere periode van stilzwijgen weer ter hand, ditmaal met Daan Manneke als coach.

Composities
Delen uit de compositie Widmung werden april 2001 door gitarist Wim Hoogewerf uitgevoerd en opgenomen ten behoeve van Radio 4. De gelijknamige cd met oude en nieuwe werken voor gitaar, klavecimbel en de combinatie van beide in Knipoog kwam een jaar later uit. Het Koor Nieuwe Muziek bracht met succes het koorwerk HTW 1/2 in première. Onder leiding van Romain Bischoff voerde het Cluster-kamerkoor in maart 2003 Fuite en de opdrachtcompositie Louenge a la Court voor koor a cappella uit. Voor organist Joop van Goozen componeerde hij Esquisses voor orgel. Van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst ontving Arntzen de opdracht tot het schrijven van het strijkkwartet Tal mi fec’io voor het Franciscus Strijkkwartet, dat in het seizoen 2004/2005 een groot aantal keren klonk. Het stadsdeel Amsterdam-Zuid ondersteunde het initiatief voor een zomeropera. Deze kameropera Fenomeen, een allegorie op het leven van Herman Brood op tekst van Renée Harp, ging in de zomer van 2004 concertant in première. Verdere premières verzorgden fluitiste Eleonore Pameijer en zangeres Irene Maessen met Poesia d’amore di donna en zangeres Henriëtte Schenk met pianist Paul Prenen in een liederencyclus op tekst van Kurt Tucholsky.

Lees ook:Widmung
Lees ook:Na, und denn?
Lees ook:Joost Kleppe
Lees ook:Kees van Baaren
Lees ook:Theo Abazis

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Naam

Website

Het kan vijf minuten duren voordat nieuwe reacties zichtbaar zijn.